Toveren: betekenis en etymologie

door

in

De betekenis van toveren is magie beoefenen of ‘door geheime krachten bovennatuurlijke zaken mogelijk maken’. Zij het met een staf, spreuk of wat voor bijzondere associaties je er ook maar mee hebt! Toveren is een van de oudste woorden uit onze taal, en vindt naar verluid zijn oorsprong in het runenschrift.  

Het huidige toveren is volgens het Etymologisch Woordenboek van de Nederlandse Taal voor het eerst in 1240 vastgelegd in het, toen Middelnederlands (dit spraken wij rond 1200 – 1500). We schreven het toen als tourem, maar je sprak het uit als ‘tovren’. Dit komt omdat de ‘u’ in vroegere tijden bij ons gelijk stond aan de ‘v’.  

In de 13e eeuw was de betekenis van toveren al magie beoefenen. Maar ook: zwarte kunsten beoefenen. In de Middeleeuwen associeerde men tovenarij doorgaans niet met Harry Potter en de zijnen, maar met het werk van de duivel. Toveren was vroeger dus best wel een duister woord. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de volgende zin uit 1285: God ghebod … toueren. Niemene gheloefde no ne dede (God gebood dat niemand in tovenarij zou geloven of zich ermee bezig zou houden).

Leuk feitje: Tovenaar (magiër) duikt al in de 10e eeuw in ons woord op als tōvereri. Vroeger spraken wij dus van een toveraar! Later is deze spelling gewijzigd omdat de uitspraak verwarrend was door de twee opeenvolgende ‘r’-en. 

De Etymologie van toveren

Toveren is een van de eerst bewaarde woorden in onze taal. Van oorsprong is het tourem (tovren) een afleiding van het zelfstandig naamwoord touer (tovenarij, magie) dat men in de vroege Middeleeuwen zei. Dit komt op zijn beurt van het Oudnederlandse tōvar. Het lijkt er zelfs op dat deze vorm al voorkomt in de Lex Salica (Sallische Wet), een Germaans wetboek, dat ook de allereerst bewaarde zin kent uit het Oudnederlands. We spreken hier over de 6e eeuw na Christus!  

We kunnen zelfs nog een stapje verder terug in de tijd. Oorspronkelijk is toveren namelijk af te leiden van het Proto-Germaanse (een gereconstrueerde vorm van een taal die men rond het jaar 0 in Europa sprak) taubarōn (toveren). Dit is op zijn beurt een verbastering van het eveneens Proto-Gergaamse taubra-  of taufra-: kleurstof voor magische inscripties.

Dit geeft aan dat toveren waarschijnlijk oorspronkelijk afkomt van het runenschrift! Voordat wij ons huidige alfabet gebruikten, schreven onze Germaanse voorouders in runen. Dit zijn oude letters die in steen, hout of metaal werden gekerfd. Het oude runenschrift bevatte oorspronkelijk 24 lettertekens waar (jawel) een magische betekenis aan verbonden werd.

Nog een leuk feitje: De (waarschijnlijk) oudst bekende zin uit de oudnederlandse taal luidt: Maltho thi afrio litho (uit die Lex Salica dus). Dit betekent: “Ik zeg je: ik bevrijd je, laat” Bijzonder hoe men daar onze taal in heeft herkend, niet?

Het Germaanse runenschrift! Elke letter had zijn eigen betekenis en associaties. (Bron foto: Fantasywereld)

Meer etymologievoer: de magische betekenis achter sprookje
Wist je dat… charmant van het Oudfranse woord voor betovering komt?