De oorspronkelijke betekenis van muziek

Tegenwoordig betekent muziek toonkunst. Hiermee wordt niet de kunst om iets te laten zien bedoeld, maar de kunst om met tonen (klanken) te werken. Het woord komt in 1240 als musike voor het eerst in onze taal voor. De oorspronkelijke betekenis van muziek gaat echter nog veel verder terug, naar de mythologie van de Oude Grieken.

De Oude Grieken hadden een heleboel goden waar zij in geloofden. Onder die goden waren de negen muzen: de godinnen van de zang, kunst en wetenschap (in meer correcte Griekse termen: de Μοῦσαι, mousai). Je had bijvoorbeeld Thalia, de Μοῦσαι van de komedie of Kalliope, de muze van het epos, de filosofie en retorica. Zij inspireerden volgens de mythologie schrijvens en kunstenaars tot de prachtige werken die zij maakten. Dit werd mousikḕ tékhnē genoemd: de kunst der muzen. Of beter vertaald: muziek!

De oorspronkelijke betekenis van muziek is dus de kunst der muzen. De Romeinen, die een aantal eeuwen later de boel op stelten kwamen zetten (en in Camenae geloofden, in plaats van de muzen), verbasterden dit volgens de etymologie tot mūsica: toonkunst. Het heeft vervolgens nog heel lang geduurd voordat wij in Nederland iets van het woord meekregen. Naar alle waarschijnlijkheid hebben wij het woord geleend van het Franse Musique, dat daar rond 1150 de kop op kwam steken.

Leuk feitje: De muzen waren bezige godinnen, want ze vormen ook de bron voor ons huidige woord voor museum! Museum is namelijk afgeleid van Mouseion, een tempel ter ere van de muzen. Of wat dacht je van het begrip muze zelf, dat tegenwoordig gebruikt wordt om een (vrouwelijke) inspiratiebron aan te geven. 

De (vrolijk dansende) negen muzen uit de Griekse Oudheid. Bron: Griekse Mythologie

Etymologie van muziek

‘Horen… den sanc van hemelscher musiken’ is volgens de etymologie in 1265 een van de eerste gebruik van muziek in onze taal. Het betekent zoiets als ‘de klanken van hemelse muziek horen’. Toen al werd muziek verbonden met gevoel en emotie. Toen wij Nederlanders eenmaal het woord muziek in de vingers hadden, kregen we er dan ook geen genoeg meer van. In 1285 kenden we al instrumenten van musiken (muziekinstrumenten) en in 1287 leerden we ook noten van musiken (muzieknoten).   

Betekent dit dat er voor de dertiende eeuw geen muziek werd gemaakt in ons kikkerlandje? Nee joh! De meeste muziek verspreidde zicht echter via zang (dat woord komt al sinds de 9e eeuw in onze taal voor), dus er was daarvoor nooit echt noodzaak voor een woord dat zich meer op de algemene kant richt.

Nog een leuk feitje: Wist je onze huidige notenbalk (waarop je de noten van muziek af kunt lezen) al in het jaar 1000 ontstaan is? De Italiaanse monnik Guido van Arezzo schijnt deze bekende balk te hebben ontworpen. De noten die erop staan (A t/m F) zijn zelfs nóg ouder!

Meer etymologievoer: de ridderlijke herkomst van schilderij
Wist je dat… planeet van oorsprong staat voor dwaler of zwerver?